Communicatie creëert relatie, dat weten we. Welke invloed specifieke communicatiemiddelen precies hebben en wat de invloed van de groepsgrootte is, dat weten we niet. Dit is waar mijn onderzoek een antwoord op probeerde te vinden. Hoewel dit niet lukte, vond ik wel nieuwe onderzoeksrichtingen. Zo is mijn onderzoek hopelijk niet het einde, maar een begin. Want deze vragen zijn namelijk ontzettend belangrijk.

Foto van een man en vrouw op een terras Foto door Johan Mouchet van Unsplash

Hoe is jouw verbinding?

Doet jouw internet het goed? Loopt de ander steeds vast? Hoe vaak mopperen we wel niet op onze (internet-)verbinding, of op die van de ander? Als mensen zijn wij gemaakt voor verbinding.*Wil je hier meer over lezen? Lees dan Verlangen naar verbinding van Brené Brown.We hunkeren naar contact, maar dan niet via een internetverbinding. Elkaar echt zien, elkaar echt spreken. Het is een fundamentele menselijke drijfveer.*Blijkt uit onderzoek van Baumeister en Leary (1995).

De grote vraag is dan, maakt het uit hoe we die connectie maken? Instinctief zeggen we van wel. We zien het om ons heen. We willen weer met meer mensen kunnen afspreken. Niet via Zoom of Whatsapp. Maar elkaar weer echt ontmoeten. Even die knuffel. Even die handdruk. Dat maakt het verschil.

Communicatie is de sleutel

We willen onszelf dus verbonden weten én we willen elkaar echt ontmoeten. Zouden die twee met elkaar te maken hebben? Dat is precies waar ik in mijn onderzoek naar gekeken heb. Iedereen kent tenslotte wel een groep mensen die een beetje als los zand aan elkaar hangt. Moet je die groep kleiner maken om er meer verbondenheid te laten zijn? Of zou je ook iets met de communicatiemiddelen van de groep kunnen doen? Dat was voor mij als communicatiewetenschapper toch wel een interessante vraag.

Communicatiemiddelen blijken twee eigenschappen te hebben die een rol spelen in groepsvorming. De eerste is de aanwezigheid van de communicatie.*De aanwezigheid in communicatie, ook wel social presence genoemd, is hoog wanneer je iemands verbale nuances, non-verbale aanwijzingen, fysieke context en zichtbare sociale eigenschappen tot je kan nemen. Onder andere Venter (2019) en Wellmann et al. (1996) schrijven hierover in hun onderzoek.Stel je voor: ik stuur jou nu een whatsapp-berichtje. Ik weet dan niet jij je bevind en al helemaal niet hoe jij je voelt. Zou ik jou echter dezelfde boodschap vertellen terwijl ik recht voor je sta, dan zie ik of ik je stoorde en kan ik misschien aanvoelen of je gestrest bent. De aanwezigheid in onze communicatie is dan groot.

Iets wat daarop invloed heeft is of we gelijk op elkaar kunnen reageren. Stel, jij neemt even de tijd om te reageren. Als ik tegenover je sta, zie ik aan jouw non-verbale reactie al wel een beetje wat je van mijn bericht vond. Op Whatsapp blijft het dan gewoon stil. Dit noemen we de gelijktijdigheid van de communicatie.*Bij de gelijktijdigheid van de communicatie gaat het om de vraag of de ontvanger van een boodschap kan reageren terwijl de zender deze aan het zenden is. Dit wordt door Berry (2019) in zijn onderzoek uitgebreid besproken.

Je begrijpt misschien al dat, doordat we steeds meer via het internet communiceren, de aanwezigheid en gelijktijdigheid niet per se vooruitgegaan zijn.*Dit ligt er natuurlijk aan op welke manier je communiceert. Daarnaast laat het onderzoek van Wellmann et al. (1996) zien dat mensen die elkaar al kennen van offline contact het prima kunnen doen zonder al te veel aanwezigheid en gelijktijdigheid. De invloed van aanwezigheid en gelijktijdigheid is dus genuanceerder dan het in eerste instantie lijkt.Maar heeft dit ook invloed op hoe verbonden we ons voelen?

Verbondenheid binnen studenten­verenigingen

Om dit te onderzoeken heb ik een vragenlijst gemaakt en verspreid onder leden van verschillende studentenverenigingen. Het was een hele korte vragenlijst, waarbij werd gevraagd naar de grootte van de vereniging, welke manieren van communicatie ze gebruikt hadden om met elkaar in contact te blijven en hoe verbonden ze zich voelden met elkaar. Dat laatste heb ik gemeten met de Perceived Cohesion Scale.iDeze schaal is geïntroduceerd in het onderzoek van Bollen en Hoyle (1990). In mijn onderzoek heb ik gebruik gemaakt van de volgende zes stellingen:

  1. Ik heb het gevoel dat ik bij de vereniging hoor
  2. Ik heb het gevoel dat ik lid ben van de vereniging
  3. Ik zie mijzelf als een onderdeel van de vereniging
  4. Ik ben enthousiast over de vereniging
  5. Ik ben blij dat ik onderdeel ben van de vereniging
  6. Mijn vereniging is een van de beste studentenverenigingen

Elke stelling kon beantwoord worden op een range van “helemaal mee oneens” (1) tot “helemaal mee eens” (7).

Helaas kon het onderzoek geen antwoord geven op de oorspronkelijke vragen. Een kleinere vereniging bleek niet hechter te zijn dan een grotere vereniging. Wanneer men gelijktijdige communicatie gebruikte om contact te onderhouden had dit niet meer invloed op de hechtheid van de groep, dan niet-gelijktijdige communicatie. Ook zorgde gelijktijdige communicatie er niet voor dat de invloed van de groepsgrootte minder sterk was. Een grotere groep die wel gelijktijdig communiceert voelt zich dus ook niet direct meer verbonden.

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom het onderzoek geen antwoorden kon geven. Zo kan het zijn dat studentenverenigingen er simpelweg heel goed in zijn om verbondenheid te creëren. Misschien zorgen ze er daardoor wel voor dat het niet uitmaakt hoe groot de groep is. Het kan ook zijn dat ik het onderzoek anders had moeten uitvoeren. Het kan ook zijn dat er nog te weinig onderzoek is gedaan naar zulke grote groepen, waardoor de andere literatuur niet voor studentenverenigingen geldt. Al deze verklaringen kunnen in nieuwe onderzoeken weer onderzocht worden.

Wat kan je hiermee?

Hoewel het onderzoek dus niet zo veel antwoorden geeft, lijkt het wel te suggereren dat communicatie invloed heeft. Dat weten we ook uit de literatuur.*Zie hiervoor bijvoorbeeld het boek van Cooley (1983).De vragen waarmee ik dit onderzoek begon, die staan nog steeds overeind. Totdat er meer over bekend is, kan ik dus niets anders zeggen dan: 'experimenteer!'. Gebruik je verbeelding, zet communicatiemiddelen in en probeer iets. Communicatie creëert relaties, maar hoe het dat doet, daar is nog weinig over bekend. Dus gebruik verschillende manieren en kijk wat werkt.

Heb je iets gevonden? Laat het me dan weten, ik ben en blijf heel benieuwd!